Anti-pestbeleid

Onze school stapt dit schooljaar in het KIVA-project !

Wat is KiVa?

‘Kiva’ is het Finse woordje voor ‘fijn’ of ‘leuk’. Het is ook de naam van een succesvol Fins antipestprogramma. KiVa-scholen zorgen ervoor dat kinderen, leerkrachten en ouders hun school als een veilige, aangename en stimulerende omgeving ervaren waarin pesten minder kans maakt.
KiVa is het eerste wetenschappelijk onderbouwde antipestprogramma waarmee Vlaamse basisscholen, op weg gezet door professionele trainers, aan de slag kunnen gaan. KiVa heeft als doelstelling pestproblemen te voorkomen én aan te pakken en sluit aan bij de eindtermen van het lager onderwijs.
Voor meer info:   KIVA BELGIUM

Algemeen

Kinderen spelen met elkaar en daarbij komt soms eens ruzie voor. Ruzie maken en oplossen hoort bij het leven. Het is noodzakelijk dat een kind hier af en toe mee geconfronteerd wordt, zodat hij zich in zijn latere leven op gepaste wijze kan gedragen in groep, in de samenleving. Dit gebeurt met vallen en opstaan. Wanneer dit lerend gedrag overgaat in pestgedrag, spreekt men van een probleem.
Pesten is een probleem over de generaties heen en van alle leeftijden. Pesten op school en elders…er wordt veel over de problematiek gesproken, maar er wordt misschien nog te weinig aan gedaan. Er worden helaas nog dagelijks kinderen gepest en er zijn ook kinderen die dagelijks pesten.

“Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig kunnen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.”

Plagen of pesten

Plagen gebeurt spontaan, het duurt niet lang, is onregelmatig. Humor en aandacht vragen halen vaak de bovenhand. Bij dit ‘spel’ zijn de kinderen gelijk aan elkaar: niemand moet blijvend het onderspit delven. Plagen is niet altijd leuk, maar nooit bedreigend. Er is geen blijvende psychische of fysieke schade. Wat fout loopt wordt sneller rechtgezet.

Bij pesten is de dader sterker dan het slachtoffer. Het is dezelfde leerling die wint en dezelfde die meermaals verliest. Die laatste voelt zich eenzaam, verdrietig, onveilig.
Directe pesters vernederen, schelden, dreigen, maken hun slachtoffer belachelijk, schoppen, slaan, duwen, vernielen spullen…
Indirecte pesters sluiten het slachtoffer uit met roddels en leugens. Ze zijn voorzichtiger, doen het geniepiger.

Preventie
Op klasniveau

Werken aan een positief klasklimaat
Als leerlingen zich goed in hun vel voelen, zich veilig en verbonden voelen met elkaar stijgt het welbevinden en duiken er minder problemen op. Het onderlinge vertrouwen en de wederzijdse zorg voor elkaar dragen er toe bij dat problemen in een pril stadium in de kiem worden gesmoord.

Klasafspraken en gedragscode opstellen
Een aantal gedragsregels afspreken met de klas over gepast en ongepast gedrag. Het is een eerste stap naar het respectvol met elkaar omgaan.

Klasthermometer
Door middel van een korte vragenlijst op verscheiden schoolmomenten peil je als leerkracht naar de gemoedstoestand van uw leerlingen. Door dit meermaals per jaar te doen kan je ingrijpen voordat er zich onoverkomelijke problemen melden.

Instructiekaart rond internet opstellen
Cyberpesten is een fenomeen dat sinds enkele jaren alsmaar meer voorkomt.
Tijdens de lessen ICT wordt er vanaf het 5de leerjaar gewerkt rond cyberpesten en wat dit met zich meebrengt. Het 6de leerjaar werkt een informatiefolder uit met tips rond veilig e-mailen, chatten en dergelijken.
In de klas een instructiekaart opstellen over hoe je je gedraagt op het internet.
Gedragsregels wanneer je je in de virtuele wereld bevindt, zodat cybercommunicatie een leuk middel blijft om met vrienden en vriendinnen om te gaan.

Op schoolniveau

Ouders informeren en sensibiliseren
Bij de start van een nieuw schooljaar een geheugensteuntje meegeven wat pesten op onze school betreft.

Leerkrachten informeren en sensibiliseren
Bij de start van een nieuw schooljaar de afspraken en regels rond pesten op onze school opfrissen. Zo wordt het item “pesten” levendig gehouden binnen de schoolmuren.

Deelnemen aan de anti-pestweek, kies kleur tegen pesten
Door onze deelname proberen we de kinderen op onze school te sensibiliseren wat
het thema pesten betreft. Dit is een prikactie, waarmee we de aandacht van de kinderen willen trekken, want deze problematiek verdient onze aandacht.

Verveling voorkomen
Verveling is de grootste oorzaak van pesterijen. Om de mogelijkheid tot een minimum te herleiden worden er tijdens recreatiemomenten ontspanningsmogelijkheden aangeboden.
Bv. ballen, speelgoedkoffers, speelruimte met ping-pong voor de 3de graad, speeltuig, spelen tijdens de pauzes in de schooltuin,…)

Pestproblematiek

Pesten kan op verschillende manieren:

1. Verbaal:
Iemand met woorden bewust willen kwetsen (pijn doen). Dit kan op verschillende manieren zoals dreigen, schelden, uitlachen, vernederen, enz.

2. Lichamelijk:
Fysisch pesten. Vechten, schoppen, duwen, trekken, enz.

3. Cyberpesten:
Het is een vorm van pesten waarbij alle moderne communicatiemiddelen worden ingezet zoals: gsm, computer, internet, e-mail, MSN, facebook, enz. De daders doen dit meestal anoniem. Het publiek is vaak groter, omdat je via moderne communicatiemiddelen meer en sneller mensen bereikt.
Het speelt zich vaak buiten de schoolmuren af, maar heeft ontegensprekelijk een invloed op het schoolleven. Daarom mag de school het niet negeren.

Deze vorm van pesten komt stilaan meer aan bod. In de 3de graad is dit zeker al mogelijk, omdat kinderen van die leeftijd veel belang hechten aan de moderne technologieën.

Komen niet voor op onze school:

1. Happy Slapping:
Heeft de gsm als wapen: je geeft iemand een pak slaag, filmt dit met de ingebouwde camera en zet het filmpje op het internet zodat anderen ervan kunnen ‘meegenieten’. Voor het slachtoffer is het vaak een traumatische ervaring.

2. Steaming:
Is een nieuwe naam voor ‘afpersen met geweld’. Meestal dreigt een groepje daders hun slachtoffer af, vernedert of intimideert hem zodat hij geeft wat ze willen: geld, een MP3-speler… Of ze dwingen hun slachtoffer om iets voor hen te stelen.

Hoe gaan we op onze school om met pesten

Signaleren en onderkennen van het probleem

Het is belangrijk om als leerkracht tijdig de signalen op te vangen om vervolgens de nodige stappen te ondernemen. Het observeren van gedragingen van leerlingen is de eerste stap.

Gedragingen waar ouders kunnen op letten

GEPESTE
Het kind gaat niet graag meer naar school
Brengt weinig tot geen vrienden mee naar huis
Wordt zelden tot nooit uitgenodigd voor verjaardagen
Wil zijn verjaardag niet vieren, geen vriendjes van de klas uitnodigen
Schoolresultaten worden slechter
Klaagt vaak van buik- en hoofdpijn
Slaapt slecht, heeft nachtmerries
PESTER
Vertelt thuis hoe populair hij/zij is
Komt thuis met stoere verhalen
Is opvallend agressief tegen kinderen en volwassenen
Is tegendraads en opstandig, aanvaard geen of weinig gezag
Spreekt vaak negatief over anderen

Pestsituaties worden vaak door ouders gemeld. De ouders van een kind dat gepest wordt contacteren de school met deze melding. Omgekeerd gebeurt dit nog maar zelden. Leerkrachten en ouders moeten alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en in beide gevallen (pester-gepeste) opmerkelijke gedragingen melden aan de school.

Plan van aanpak

Melden aan collega’s 
Observeren en overleggen met als doel correcte informatie te verzamelen (via mail, pv, zorgoverlegmomenten, …)

Gesprek met het doelwit
Als de leerkracht het pesten ontdekt begint de leerkracht met een gesprek met het doelwit over zijn of haar beleving en gevoelens. Ook over het effect van de pesterijen.
Je ondervraagt niet specifiek over de voorvallen, maar je moet wel weten wie erbij betrokken is. Tijdens dit gesprek legt de begeleider (indien nodig) de procedure uit en vraag je het vertrouwen van het doelwit. Op het einde vraagt de leerkracht wat hij wel en wat hij niet mag vertellen aan het groepje.

Roep de gekozen leerlingen samen
De begeleider heeft een bijeenkomst met het groepje leerlingen dat tijdens het gesprek met het doelwit gekozen is (pester(s), meelopers, niet betrokken, mondige jongeren en/of vrienden van het doelwit). Het doelwit is niet aanwezig; een groepje van zes tot acht jongeren is ideaal.

Leg het probleem uit
De begeleider vertelt het groepje jongeren dat er een probleem is, hoe het doelwit zich voelt en gebruikt eventueel het creatieve middel dat het doelwit heeft aangereikt om het effect van de pesterijen te benadrukken. Op geen enkel moment bespreekt ze de details van de incidenten of spreekt ze beschuldigingen uit.

Deel de verantwoordelijkheid
De begeleider beschuldigt niet, maar stelt duidelijk dat ze weet dat de groep verantwoordelijk is en dat ze er zelf iets kunnen aan doen.

Vraag de groep naar hun voorstellen
Elk lid van de groep wordt aangemoedigd om een voorstel tot handelen te doen, waardoor het doelwit kan geholpen worden om zich terug beter te voelen. De begeleider reageert aanmoedigend, maar ze dringt niet aan op een uitgesproken belofte om gedrag te veranderen.

Laat het aan hen over
De begeleider beëindigt de bijeenkomst door de verantwoordelijkheid voor de oplossing bij de groep te laten. Ze spreekt met hen af voor een nieuw gesprek na een week om te zien hoe het loopt.

Een volgende bijeenkomst
Ongeveer een week later bespreekt de begeleider met elke leerling afzonderlijk -ook met het doelwit hoe de week verlopen is. Dit geeft de begeleider de mogelijkheid om het gebeuren van nabij te volgen en houdt de betrokkenheid van de jongeren bij het hele proces in stand.

Consequenties

De straf is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met zijn/haar pestgedrag en geen verbetering vertoont in zijn/haar gedrag.

Eén of meerdere pauzes binnen blijven.
Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.
Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem.
Door gesprek: bewustwording voor wat hij/zij met het gepeste kind uithaalt. Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

Een gesprek met de ouders
De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde
aan het probleem te maken.
De school heeft alle activiteiten vastgelegd en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.

Deskundige hulp inschakelen
Bij aanhoudend pestgedrag kan er deskundige hulp worden ingeroepen. De schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.

In andere groep plaatsen
Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school.

Schorsing
In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.

Conclusie

Omdat wij een verantwoordelijkheid hebben tegenover de kinderen om een veilige leeromgeving te scheppen, is het belangrijk dat we accuraat en effectief kunnen reageren op pestgedrag.
Wij willen als school deze problematiek onder ogen zien en structureel aanpakken om ervoor te zorgen dat “pesten” tot een minimum gereduceerd wordt.
Onze school wil de leerlingen een veilig pedagogisch klimaat bieden, een omgeving waarin zij zich op een prettige en positieve wijze kunnen ontwikkelen.

U vindt dit ook terug in ons schoolreglement.