Zorgbeleid

Zorg op klas- en individueel niveau

 

In onze school streven we ernaar om alle kinderen maximale ontwikkelingskansen te bieden.  Om dit te kunnen realiseren, is er voor sommige kinderen bijkomende zorg nodig.  We denken hier onder andere aan kinderen met sociaal-emotionele problemen, kinderen met leerproblemen, kinderen met gedragsproblemen, hoogbegaafde kinderen, kinderen met autisme, …

In eerste instantie wordt deze zorg door de klastitularis in de eigen klas georganiseerd.  Dit gebeurt bijvoorbeeld door het opstarten van een beloningssysteem, het aanpassen van opdrachten, het geven van extra tijd, het aanbieden van hulpmiddelen, het nemen van compenserende maatregelen, het aanbieden van uitbreidingstaken, enz.

Wanneer deze zorg ontoereikend blijkt, kan er overwogen worden om het kind, individueel of in kleine groep, op te nemen in de zorgklassen, waarin zorgjuffen aangesteld zijn.  Voor kinderen die in groep werken, wordt de inhoud van de zorgverbreding door de klastitularis bepaald of wordt er op klasniveau gewerkt, maar dan wel op maat van het kind.  Voor kinderen die individuele begeleiding krijgen wordt er door de zorgleerkracht, in samenspraak met de klastitularis,  een handelingsplan opgesteld. Kinderen met leerproblemen, aandachts- en concentratieproblemen, motorische problemen, taalproblemen, enz.  worden begeleid in deze zorgklassen. Het spreekt voor zich dat dit steeds in overleg met de ouders gebeurt.
Ook kunnen de zorgjuffen samen met de klastitularis in de klas hulp aanreiken.

Kinderen waarbij een bepaalde handicap (autisme, motorische handicap, …) is gediagnosticeerd, krijgen indien nodig GON-begeleiding op school, met als doel het kind zo goed mogelijk te integreren in de gewone school.  De invulling van inhoud van de GON-begeleiding gebeurt in onderling overleg met ouders, klastitularis, GON-begeleidster, zorgleerkracht, zorgcoördinator en CLB-medewerker.  

Belangrijk om weten is dat voor elk kind zorg op maat aangereikt wordt!

Voor sommige kinderen is, voor het bieden van een aangepast zorgaanbod aan de zorgvraag van het kind, het noodzakelijk dat het jaarklassenssyteem doorbroken wordt. Kinderen met leerproblemen kunnen voor een bepaald leerstofonderdeel teruggaan naar een vorig leerjaar.  Voor kinderen met een leervoorsprong kan er een gedeeltelijke of volledige versnelling georganiseerd worden. In functie van een gedeeltlijke versnelling worden de lessenroosters van de verschillende leerjaren op elkaar afgestemd.   

Voor kinderen waarbij de problemen te complex of te hardnekkig zijn en de school dit niet alleen meer aankan, kan samenwerking met het VCLB  en een eventuele doorverwijzing naar een externe instantie aangewezen zijn.  Afhankelijk van de resultaten hiervan, wordt het zorgaanbod verder afgestemd op de specifieke behoeften van het kind.  

Zicht krijgen op de zorgvraag van een kind

Om het zorgaanbod voldoende te kunnen afstemmen op de behoeften van het kind, is het noodzakelijk dat we voldoende zicht hebben op de zorgvraag van het kind.  

Dit gebeurt in eerste instantie door middel van observaties door de klastitularis en door het bekijken van de resultaten in de klas.  Voor sommige kinderen is het probleem te complex om enkel op basis hiervan het zorgaanbod in te vullen.  Voor deze kinderen worden bijkomende observaties of testen door zorgleerkracht, zorgcoördinator en/of CLB-medewerker georganiseerd.  Mede op basis hiervan krijgt het zorgaanbod verder gestalte.  Ook kan het nodig zijn om bijkomende overlegmomenten te organiseren met ouders, leerkrachten en zorgteam om op die manier de zorgvraag nog duidelijker in kaart te brengen.  

In de schoolwerking worden tevens systematisch enkele testen ingebouwd zodat alle leerlingen regelmatig gescreend worden.
In de kleuterschool denken we hier – naast de vele observaties –  aan de ORKAD, Toeters en de KWIK-methode.
In de lagere school worden tweemaal per jaar de testen van het leerlingvolgsysteem afgenomen (wiskunde en spelling), daarnaast worden geregeld de AVI-testen voor lezen afgenomen.  

Alle leerlingen, zowel in de kleuter- als in de lagere school, worden tweemaal per jaar gescreend op welbevinden en betrokkenheid.

Planmatig handelen: overleg als een belangrijke pijler in de zorg

In het begin van het schooljaar kadert de personeelsvergadering  helemaal in het teken van onze zorgkinderen.  Er vindt voor alle kinderen een overleg plaats tussen de leerkracht van het vorige schooljaar en de leerkracht van het nieuwe schooljaar, met als doel het laten doorstromen van de informatie, de gemaakte afspraken enz.  Bij de bespreking van de zorgkinderen zijn ook de zorgleerkracht en zorgcoördinator aanwezig.  Naast informatie-doorstroming heeft dit tevens als doel dat er afspraken gemaakt worden rond deze kinderen: er wordt afgesproken wie er wanneer en welke hulp zal bieden, of er verdere testing nodig is, …  In het begin en midden van het schooljaar worden in de lagere school tevens de testen van het leerlingvolgsyteem afgenomen.   Met de informatie die verkregen is op de zorgdag en de gegevens die uit de leerlingvolgsyteemtesten blijken, wordt er bepaald welke stappen er voor dat kind gezet zullen worden (bv. hulp in de klas; zorgklas, externe begeleiding, verder onderzoek, …). Ook de klasresultaten worden hierbij betrokken.

In het tweede en derde trimester worden opnieuw systematisch alle zorgkinderen besproken. Er wordt bekeken wat de evolutie is, hoe er verder gewerkt zal worden, of er bijkomende stappen nodig zijn (bv; verder onderzoek door zorgcoördinator of CLB), welke afspraken er gemaakt moeten worden, …

Naast deze systematisch ingebouwde overlegmomenten, kunnen ouders, klastitularis, zorgleerkracht, zorgcoördinator, CLB, of GON-begeleidster altijd bijkomende overlegmomenten aanvragen.  Op die manier willen we snel handelen wanneer een kind op een of ander ontwikkelingsgebied dreigt vast te lopen.  

Zowel op de formele als op de eerder informele overlegmomenten met de klastitularis, zorgleerkracht, zorgcoördinator, en voor sommigen kinderen ook het CLB kunnen de volgende aspecten aan bod komen: het melden van een probleem, doorgeven van informatie aan elkaar, bespreken van de evoluties van de kinderen, overleg rond de aanpak van een kind, het maken van afspraken, bespreken van testresultaten, bespreken van de evoluties, nadenken over en uitwerken van te nemen maatregelen, …
Als school vinden we de formele overlegmomenten belangrijk om zo snel mogelijk actie te kunnen nemen: Elke klastitularis vergadert 14-daags met zijn zorgleerkracht(en) en eventueel ook met onze zorgcoördinator.

Naast deze interne besprekingen hebben we geregeld overleg met ouders.   Dit gebeurt onder andere op het ouderconatct, maar ook tijdens bijkomende overlegmomenten tussen ouders, klastitularis, zorgleerkracht, zorgcoördinator en eventueel de CLB-medewerker.  Deze overlegmomenten kunnen verschillende doelen inhouden: het melden van een probleem aan ouders, doorgeven van de maatregelen die we als school nemen om zorgverbredend te werken, het bespreken van de evoluties, het adviseren van verder onderzoek of doorverwijzing, de wederzijdse informatie-uitwisseling, …

Ook externe hulpverleners worden geregeld uitgenodigd op school, met als doel het uitwisselen van informatie, het bespreken van de evoluties, het afstemmen van de hulpverlening, het afbakenen van elkaars taak, enz.  

Zorg op schoolniveau

Naast het realiseren van zorg op klas- en kindniveau, willen we ook op schoolniveau aan zorg werken.

Zo hebben we voor de hele school een zorgregister ontwikkeld.  Hierin wordt voor de hele school bijgehouden welke kinderen een ingrijpende gebeurtenis meemaakten (overlijden van een familielid, scheiding, …) en of er voor het kind bijkomende ondersteuning georganiseerd wordt.  Dit zorgregister wordt nu geïntegreerd in ons leerlingvolgsysteem ‘Volg’.

Voor kinderen die te maken krijgen met een verlies, hebben we een rouwkoffer ontwikkeld. Daarnaast hebben we ook een stappenplan opgesteld voor het omgaan met verlies op school.

Voor kinderen van gescheiden ouders en voor deze ouders zelf hebben we op school ook een ‘uit-elkaar-koffer’ samengesteld.

Voor het zesde leerjaar hebben we een stappenplan opgesteld in functie van de overgang naar het secundair onderwijs.

Ook het afstemmen van de uurroosters op elkaar om ons in staat te stellen om het jaarklassensysteem te doorbreken, kan binnen de zorg op schoolniveau geplaatst worden.

Ook hebben we een vertrouwenspersoon op school die kinderen met problemen mee kan begeleiden. Concreet betekent dit dat kinderen die ooit gepest waren, steeds bij haar terecht kunnen, kinderen met gedragsproblemen,… .
De vertrouwenspersoon helpt ook mee de no-blame methode in praktijk toe te passen bij groepen waar dit nodig blijkt. Zo ondersteunt zij ook de klasjuf hierbij.

De school voorziet 1 systeem voor kinderen die nood hebben aan leessoftware (bv. dyslectische kinderen). We gebruiken ‘Kurzweil’. De school voorziet voor deze kinderen de licentie, de ouders zorgen voor een laptop (Optimaal als Windows besturingssysteem gebruikt wordt).